Kin-ball

Probeer ook eens Kin-ball!                              De producten vindt u HIER

Maré-didakt is altijd op zoek naar verbeteringen en vernieuwingen. Sportmaterialen beter geschikt maken voor bepaalde doelgroepen, of de leerlingen geheel nieuwe dingen laten ervaren.

Kin-ball is in onze ogen een vernieuwend spel. Er zijn drie ploegen in het spel, de balbehandeling is totaal nieuw en de manier van samenspelen ook. We raden u sterk aan het eens te proberen.


Het spel wordt gespeeld door drie teams. Een partij "zet" de bal “op” met 3 spelers, de vierde slaat hem weg. Voor het slaan roept deze persoon de kleur van een partij die de bal daarna van de grond moet houden. Lukt dat, dan mag deze partij opnieuw opzetten. Lukt dit niet, dan krijgen de twee andere partijen een punt. De partij mag dan wel weer opnieuw opzetten. 

Doel van het spel:
De bal (Ø 1.22m) opslaan naar één van de twee tegenstandersploegen, zodanig dat deze de bal niet kan vangen voordat hij de grond raakt.
Voor de ploeg die moet verdedigen, is het doel de bal te vangen voor hij de grond raakt en hem opnieuw te serveren naar een andere ploeg. Als de ploeg er niet in slaagt de bal te vangen of als een ploeg een fout maakt tegen de regels van het spel, wordt een punt toegekend aan de twee andere ploegen.

Ploegen:
3 ploegen van minimaal 4 spelers met een wedstrijdvestje in een officiële kleur.
Grijs, zwart en roze ( of blauw ) zijn de offieciële kleuren.

Veld:
21 x 21 m, Kin-ball kan heel goed buiten gespeeld worden

Duur van de wedstrijd:
3 perioden van 7-15 minuten, afh. Van de leeftijd van de spelers

Het spel:
Om de bal te serveren, moeten drie spelers van eenzelfde ploeg geknield zitten onder de bal. Hem ondersteunend, dragend, met de handen. De vierde speler is de serveerder. De vier spelers van de 2 andere ploegen staan om de bal heen klaar om te verdedigen.
Alvorens te serveren, moet de opslaggever roepen: “ OMNIKIN”, gevolgd door de kleur van de ploeg die op dat moment de meeste punten heeft op het scorebord. Die ploeg moet zorgen dat de bal niet op de grond komt. Vervolgens slaat de serveerder de bal op met één of twee armen, horizontaal of stijgend .
Men mag met elk lichaamsdeel voorkomen dat de bal